Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 16 oktober 2020

Fractievoorzitter Christine Bel bij de Algemene Beschouwingen

Voorzittter,

Graag had ik vanavond een heel ander verhaal gehouden dan in juni. Een verhaal over hoe mooi het was, dat het virus nu onder controle was, de begroting sluitend en de wereld en de stad aan het begin van herstel zouden staan. Helaas is de werkelijkheid anders en zijn we in veel opzichten terug bij af. Veel Delftenaren gaan een moeilijke tijd tegemoet, omdat hun gezondheid, bestaanszekerheid of toekomstperspectief op het spel staan.

Geheel in het licht van het belang van kinderparticipatie, ging ik voor deze algemene beschouwingen bij mijn dochter te rade. “Wat vind jij nu belangrijke dingen voor Delft?” ‘Scholen’, zei ze meteen en ‘ziekenhuizen, zeker nu in coronatijd’ en na enig nadenken ‘ja, en .. de gemeente’.

Ik vond dat wel een mooie opsomming. Want eigenlijk is dat waar het nu in essentie om gaat: ‘hoe gaan we verstandig om met de coronacrisis en de gevolgen ervan’, hoe zorgen we voor perspectief en blijven we investeren in de toekomst en hoe kan de gemeente haar rol hierin vervullen?

Om bij de crisis te beginnen. Vorige keer sprak ik over hoe de crisis iedereen, op verschillende manieren raakt. Vandaag de dag valt op hoe verschillend mensen tegen de crisis en maatregelen aankijken. Misschien roepen maatregelen vraagtekens op, juist wanneer het virus jou en je omgeving niet direct hebben geraakt en de gevolgen onzichtbaar lijken. Anderen zien de noodzaak van maatregelen wel degelijk, maar ondervinden juist persoonlijke de gevolgen van die maatregelen, terwijl weer anderen alles in het werk zouden willen stellen om het virus te bedwingen en niet begrijpen waarom anderen moeite hebben met de maatregelen.

Het maakt het niet makkelijker om gezamenlijk de crisis het hoofd te bieden, optimistisch te blijven, perspectief te houden op de toekomst.

Ik vind het dan ook jammer dat de begroting nog weinig zegt over niet alleen de gevolgen van de coronacrisis, maar ook over de visie op de samenleving zolang deze duurt. En nee, dat is niet alleen een financieel vraagstuk. Vraagt een stad waarbij mensen veelal thuis zijn en werken en iedereen afstand moet houden andere voorzieningen? Bijvoorbeeld in de openbare ruimte? Welke veranderingen zullen ook na de crisis beklijven? Wat betekent dit bijvoorbeeld voor mobiliteit? Hoe faciliteren we dat bv. cultuur in aangepaste vorm door kan gaan? En hoe voorkomen we dat belangrijke dingen in de stad voorgoed verdwijnen?

En ja dat is lastig, want heel veel weten we nog niet. Tijdens mijn studie had ik een vak dat heette: Redeneren met onzekere en onvolledige kennis. Wanneer kan het college hier zijn visie en concrete plannen presenteren?

Tegelijkertijd moeten we ook voorbij de crisis denken en blijven investeren in de toekomst.

En ik citeer Abraham Lincoln: “Je kunt niet ontsnappen aan de verantwoordelijkheid van morgen door het vandaag te ontwijken.” En met enige trots stel ik vast dat we als Delfts stadsbestuur in ieder geval niet op de handen zijn gaan zitten. In de begroting staan gelukkig ook belangrijke investeringen voor de toekomst. Investeringen in duurzame schoolgebouwen, een technisch MBO, toekomstbestendige banen op alle niveaus, in de energietransitie, mobiliteit en kwaliteit in de openbare ruimte.  Een bijzondere uitdaging is het sociaal domein: in een tijd waarin kwetsbaren het extra moeilijk hebben, worden we tegelijkertijd geconfronteerd met grote tekorten. Wie heeft het hardste hulp nodig en welke hulp maakt het grootste verschil, is dan de belangrijkste vraag bij het stellen van prioriteiten.

Want tegelijkertijd worden we als gemeente geconfronteerd met een structureel gat in de begroting.
Er is eenvoudigweg geen geld voor alle sympathieke plannen.

In de zomervakantie is daarom gezocht naar de benodigde bezuinigingen. Net toen we dachten de begroting dicht te krijgen, kwamen er nieuwe tegenvallers op o.a. Jeugdzorg en WMO. Hoewel ik geen voorstander ben van niet-sluitende begrotingen, moet de boodschap naar het Rijk klaarhelder zijn: zonder voldoende budget voor wettelijke taken kunnen we ons werk niet verantwoord doen. Dit leidt niet alleen tot tekorten, maar zorgt ervoor dat gemeenten voor de overige taken geen enkele sturingsmogelijkheid overhouden. Het kleedt de lokale democratie uit. Ik heb de wethouder al eens voorgesteld om (liefst samen met andere gemeenten) naar het Rijk inzichtelijk te maken met welke tekorten het Rijk ons opzadelt: in de jeugdzorg, in de WMO, maar ook door de opschalingskorting, het btw-compensatiefonds en de hogere belasting op restafval. De som van deze bedragen zegt meer dan kunstmatig dicht gerekende begrotingen.

Tegelijkertijd kunnen we niet wachten op of rekenen op de portemonnee van het kabinet. We moeten dus op zoek naar mogelijkheden om het structurele gat te dichten. Laten we als gemeente nog maar eens kritisch kijken naar onze regierol. Waar taken op afstand staan hoeft geen ambtelijke capaciteit meer te worden ingezet.

Wel moeten we, ook in samenwerkingsverbanden, op inhoud blijven sturen. Delft heeft haar kennis van innovatie, klimaat en circulaire economie uitgewerkt in een actieplan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. D66 komt met een motie om dat actieplan uit te dragen om ook in de regio onze ambities voor duurzaamheid en maatschappelijk verantwoorde inkoop, samen met onze partners, te verwezenlijken.

Het zijn, ook financieel, moeilijke tijden. D66 wil de lasten niet op de Delftenaar afwentelen. Het woonlastenmandje wordt ook dit jaar alleen geïndexeerd. Om dit ook voor de toekomst te waarborgen en de lasten (en het gesloten circuit van riool en afvalstoffenheffing) zuiver te houden, komt D66 samen met de VVD met een voorstel om de kwijtscheldingen onder te brengen bij het armoedebeleid.

Voorzitter, ik wil positief afsluiten. Ik heb mij laten vertellen dat het woord crisis in het Chinees met twee karakters wordt geschreven. Het ene staat voor gevaar, het andere voor mogelijkheden. Ik hoop dat bij de volgende beschouwingen het eerste geweken is en de tweede benut.